“Art is the best remedy for misfortune”

December 7th, 2013 – , .
Published in Tubelight #89.

De actrice Chloë Sevigny staat alleen op een strand, nogal verloren, het waait en de donkere wolken achter haar voorspellen weinig goeds. Op haar standaard wit T-shirt staat in een gotisch lettertype: “power through joy”. Ze straalt vreugde noch kracht uit terwijl ze de novella Tonio Kröger, geschreven door de 25 jarige Thomas Mann in 1901, voordraagt.

Tonio Kröger is een bildungsverhaal waarin Mann het leven van Tonio beschrijft van jongen tot volwassenen. Tonio wordt schrijver en voelt zich een noodgedwongen verstotene uit de realiteit. Wil men als kunstenaar echt scheppen, dan moet men bereid zijn elke dag een beetje te sterven, zegt Tonio.

Deze video, The Laurel Tree (Beach) van Slater Bradley uit 2000, was onderdeel van de tentoonstelling Public Display of Affection die begin dit jaar te zien was bij de kleine, relatief nieuwe Amsterdamse ruimte rongwrong die gerund wordt door Arnisa Zeqo en Antonia Carrara. Het hele jaar staat het programma van rongwrong onder de titel Metaphysics of Youth in het teken van jeugd en de verschillende representaties van jeugd in de kunst. Dit programma richt zich niet zozeer op de jeugd als een tijd die voorbij is, die onherroepelijk voorbijgaat, maar eerder op de jeugd als een periode die drager is van energie, energie die vaak implodeert. Metaphysics of Youth is vernoemd naar de gelijknamige tekst van Walter Benjamin die hij honderd jaar geleden schreef, als activistische twintiger die het woord als wapen inzette tegen conformisme, homogeniteit en gentrificatie.

Benjamin bespreekt, zoals hij dat kan, verschillende thema’s die raken aan de jeugd. Zo komen het gesprek, het dagboek, een bal en dromen aan bod. Het meest treffend is zijn beschrijving van de jeugd als een hopeloos serieuze periode in het leven (manifest in menig tienerdagboek), als het moment waarop de ongebreidelde tijd en het gevoel van onsterfelijkheid van de kindertijd langzaam en pijnlijk plaats moeten maken voor het ‘besef van de dood die achter elke dag schuilt, die zich manifesteert in de kleinste dingen’ (p. 150). Op een goed feest kunnen we dat gevoel van tijd zonder grenzen, die ongekende vrijheid van een ik zonder de dood, soms herwinnen. Op zo’n moment speelt het dan even geen rol dat “in all of us there is something monstrous to keep quiet about” (p. 157).

Op dit moment is bij rongwrong de tentoonstelling And how are you otherwise? in de Metaphysics of Youth serie te zien. De tentoonstelling werd samen met Hendrik Folkerts gecureerd en toont werk van Ulises Carrión, Olivia Dunbar, Martin Laborde, Adrian Piper en Taocheng Wang. Ging Public Display of Affection over het moment in de jeugd waarop de ontdekking van seksualiteit en de ontdekking van kunst samen kunnen vallen en de kracht die van die dubbelontdekking uit kan gaan, dan gaat And how are you otherwise? eerder over zelfbewustheid en jeugdige onwennigheid met vaststaande sociale codes, over, om met Dunbar te spreken:

“when u don’t even know
if u know
what the fuck is going on”.

Het werk van de vijf kunstenaars in And how are you otherwise? is uiteenlopend in termen van materiaalgebruik en praktijken en bestrijkt ook verschillende continenten en generaties. Carrión (1941, Mexico – 1989) was een schrijver en maker van befaamde kunstenaarsboeken die zich in 1972 in Amsterdam vestigde. Hij was betrokken bij de ruimte In- Out Center (1972- 1975) die video, body art en performance kunst toonde en later bij Other Books and So (1975- 1978), een galerie voor kunstenaarsboeken. Het belang voor en de bijdrage van Carrión aan het kunstklimaat in Amsterdam, de aantrekkingskracht die zijn figuur en zijn initiatieven hadden op internationale kunstenaars, wordt vaak onderschat1.

Van Carrión toont rongwrong het werk Gossip, scandal and good manners (1981) uit de collectie van de Appel art centre. De installatie bestaat uit een drie kwartier durende video, boeken, artikelen en een geprinte tekst aan de wand over het project. Zoals de titel al suggereert gaat het project over roddelen, geruchten en schandalen. Carrión probeert in dit project roddelen te ontleden op een formele en objectieve manier als tegenhanger voor het extreem informele en subjectieve karakter van roddelen. Zo wordt het concept van roddelen door hem geïllustreerd met diagrammen en peilen, bevraagt hij experts, voert hij antropologen en sociologen op, ensceneert hij voorbeelden en plaatst deze  naast scènes uit film en opera. In een live actie vroeg Carrión tevens aan een groep mensen om roddels over hem te verspreiden en interviewde hen daarna over hun ervaringen met dit soort georganiseerde geruchten. Uit de reacties van de deelnemers blijkt hoe moeilijk de opdracht was en hoe vervelend zij het vonden om doelbewust te roddelen: het wilde niet echt lukken om de roddel ter berde te brengen, men vergat te roddelen, de roddel stuitte op weinig opzienbaren en stierf een onmiddellijke dood. Zo’n omvangrijk project over en studie naar roddelen past als gegoten in een tentoonstelling over sociale codes en jeugd.

Dunbar (1988, Canada) is ook zo’n kunstenaar die heel goed past in deze zoektocht van rongwrong naar jeugdige energie en het imploderen daarvan. Dunbar woont en werkt momenteel in Rotterdam. De naam van haar website www.slutwreck.com liegt er niet om: een wrak van een slet in letterlijke zin maar ook een lopende ramp in meer figuurlijke zin. Haar werken zijn een soort mash-ups waarbij een zielig kijkend meisje dat haar pony kwijt is samen wordt gephotoshopt met reclame voor frisse komkommer oogkompressen, een plastic tas met “See the world” opschrift en hele ronde sexy-gestringde megabillen. Over die duizelingwekkende collages print ze tekst of in het geval van video’s rolt er muziek en tekst over het beeld. Haar teksten zijn een soort poëtische rants:

“The activity
is tragedy
a subtle
improvisation
of misery.”
(A nervous wreck, 2013)

De verwarring, al dan niet de morele verwarring van de jeugd, is in haar werk acuut voelbaar: “Mom I’d like to fuck my dad” leest een van haar tekstwerken. Bij rongwrong toont ze ook zo’n tekstwerk, op een A3 poster lijkt in citroensap dat zichtbaar wordt wanneer het warm wordt gemaakt (een veelgebruikte techniek van tienermeisjes bij het schrijven van geheime briefjes) te zijn geschreven: “Guess I could try. Guess I got lost. Guess I don’t know enough. Guess I know girls. Guess I know awful dreams. A haunting thing every fucking second”. (A haunting thing, 2013).

Ook tekstueel maar minder hard, kwetsbaarder is het werk Decide Who You Are: Texts (1992) van Adrian Piper (1948, New York, woont en werkt in Berlijn): een eenvoudig opengeslagen boek met een gedicht over verlangen, het eeuwige en onbeantwoorde verlangen compleet te zijn, compleet te worden. Piper is filosofe en conceptueel en performance kunstenaar die confrontaties zeker ook niet uit de weg gaat en politiek beladen werken maakt rond vooroordelen en aannames. Haar werk doet de kijker vaak ongemakkelijk voelen. In de jaren ’70 verkleedde ze zich bijvoorbeeld als een Afrikaans-Amerikaanse man en ging zo de straat op om stereotypen rond ras, klasse en gender aan te kaarten. Decide Who You Are is een volwassen werk maar de zoektocht naar en de wil om te vinden wie je bent, zijn acuut voelbaar tijdens de adolescentie.

Ruimtelijker, sculpturaler maar ook balanserend tussen jeugdigheid en volwassenheid is het werk Sans Serif (2013) van de Franse kunstenaar Martin Laborde (1983, woont en werkt in Brussel). Van hem zijn drie polyurethaan schuim afgietsels van naakte onderkanten van mannen door de ruimte verspreid. Twee staan er boven bij het raam, eentje toont zijn afgegoten klokkenspel aan de buitenwereld. De derde ligt onderaan het kleine trapje op zijn zijkant met de billen naar ons toe. Laborde maakte deze werken tijdens zijn residentie bij Wiels in Brussel waar hij ook andere werken maakte die de beeldhouwkunst als uitgangspunt nemen maar het aloude medium ook een hak zetten. Hij is ook actief bij het online platform Le Salon dat op de Brusselse kunst scene reflecteert via tekst, presentatie en documentatie. Zijn naakte halfmannen staan er bij rongwrong wat verloren bij, als onzekere tieners op een feestje maar hun fysiek is dat van een volwassen man en hun openlijke seksualiteit is alles behalve onzeker. Zo zonder torso, armen en hoofd zijn het toch een beetje fysiek geworden seksgedachten.

In de kleine kelderruimte van rongwrong is nog de video Reflection Paper n.1 (2013) van Taocheng Wang (1981, geboren in Chengdu, China, woont en werkt in Amsterdam) te zien. De video is een vrije associatie op het werk van de Chinese auteur Eileen Chang (1920-1995) die in het Westen nu misschien wel het best bekend is vanwege de verfilming in 2007 door Ang Lee van haar novelle Lust, Caution. Chang schreef met name over de liefde tussen mannen en vrouwen en de mogelijke spanningen en teleurstellingen van het huwelijk (haar ouders hadden een ongelukkig huwelijk dat eindigde in een scheiding en zelf was ze ook meerdere keren getrouwd). Wang neemt als uitgangspunt voor haar video een tekst van Chang over de verhouding tussen individu en buitenwereld en de sociale codes die daarin bemiddelen (Chang leefde zelf aan het einde van haar leven steeds meer afgezonderd. Zo werd ze pas vier dagen na haar dood gevonden).

Wang brengt in haar video abjecte en alledaagse beelden samen: een hand in een plastic schoonmaak handschoen wriemelt en wroet bijvoorbeeld in een slijmerige massa die het midden houdt tussen een kwal, inktvis en zacht gemaakte plasticine, of goud geschilderde eieren worden zachtjes op elkaar gegooid waardoor ze soms wel, soms niet breken in een steeds geler wordende slijmsmurrie. De versnelde voice-over vergroot het absurdistische en vervreemdende karakter van de video.

De keuze voor de jeugd als leidraad voor een jaarprogramma is sterk om verschillende redenen. We verlangen naar en idealiseren de vrijheid, ongebondenheid, zorgeloosheid, schoonheid, seksualiteit van de jeugd: “forever young, I wanna be, forever young” zong Alphaville in 1984, we spreken bij mensen die een bepaalde vrijheid herwinnen (seksueel, relationeel, in termen van werk) van een tweede jeugd en we verzuchten dat als je tijdens je jeugd maar wist wat daarna zou komen, je er meer van zou hebben genoten. Maar we vergeten dan de verwarring, de onzekerheid, de lethargie, de wreedheid die ook kenmerkend zijn voor deze tijd. Hoe het ook zij, de jeugd is de periode in een mensenleven waarin je als mens vorm krijgt, waarin je de afstanden tot de wereld meet en dingen doet die daarna onmogelijk zullen lijken. Er is ook een stevige en zeer interessante connectie tussen de jeugd en het kunstenaarschap.

Edzard Mik schreef daarover in 2008 toen hij voor het NRC handelsblad de performance Immovably Centred van Arnoud Holleman bij de Appel arts centre recenseerde. Mik beschrijft het drama van de volwassenwording waarbij we ons moeten overgeven aan “een door de samenleving gesanctioneerde waan en de illusie moeten opgeven om ooit nog met de werkelijkheid in contact te komen”. Rouw over dit proces vindt plaats tijdens de jeugd en het kunstenaarschap laat zich volgens Mik dan ook “opvatten als een voortgezette adolescentie” waarbij de kunstenaar de rouw over het verlies aan werkelijkheid thematiseert: “hij komt in opstand tegen de afstand die we tot de werkelijkheid ervaren, hij stelt zijn eigen, definitieve vorm zoveel mogelijk uit en cultiveert het onaffe, het voorlopige, in de hoop dat hij zijn handen zo vrijhoudt om ooit een vorm te vinden die op de een of andere manier met de werkelijkheid samenvalt”. (NRC, vrijdag 13 juni 2008, p. 13).

Dat zoeken naar een vorm die correspondeert met de werkelijkheid is heel sterk aanwezig in de werken die nu te zien zijn bij rongwrong. De frictie, de pijn, het gevoel van verlorenheid dat gepaard gaat met het niet vinden van die vorm, ook. Kunst blijkt voor de kunstenaars, maar ook voor de bezoekers, toch steeds de beste remedie bij tegenslagen. Want de invulling die de curatoren in hun programma van tentoonstellingen en andere activiteiten geven aan het thema van de metafysica van de jeugd mag dan verrassend, soms wat wild en onnavolgbaar zijn, steeds kom je buiten met hernieuwde en opgefriste herinneringen aan de jeugd, een dieper besef van aspecten van de jeugd en steeds die elkaar bevechtende emoties van opluchting dat die verwarrende, zoekende tijd voorbij is en verlangen om toch, nog even, weer opnieuw, jong te zijn.

 

 

De titel is een citaat uit: Walter Benjamin, Metaphysics of Youth, 1913-1914, p. 146 van de verzameling Early Writitngs, Harvard University Press, 2011.

  1. Zie ook: Metropolis M website: http://metropolism.com/magazine/2010-no5/tatata-tatatata-ta/english