Boom in Brussel

Je hoort het steeds vaker. Kunstenaars die een aantal jaren geleden naar Berlijn vertrokken keren terug. Er zijn te veel kunstenaars in de Duitse hoofdstad en tegelijkertijd is er te weinig werk, stijgen de huren, zijn er te veel trustafarians die er met een goed gevulde beurs een soort extended eurotrip vieren, wordt er te veel gefeest en te weinig gewerkt. New York werd al eerder door de kunstenaars verlaten omdat het leven er bijna onmogelijk is geworden; zelfs als je je kapotwerkt kan je geen goede woning betalen, laat staan studio- of projectruimte.

Hetzelfde geldt intussen voor Londen en Parijs, zij het ietsje minder dramatisch. Met als gevolg dat een stad als Brussel aan aantrekkingskracht wint. Net als een vijftien jaar geleden is de hoofdstad van Europa opnieuw enorm geliefd. Er vestigen zich veel kunstenaars en nieuwe organisaties, instellingen, platforms, productiehuizen, galeries, kunstenaarsinitiatieven schieten uit de grond.

Een greep uit de va et vient in de Belgische hoofdstad: recent werd het online platform Le Salon gelanceerd, het productieplatform Jubilee opgericht en werden onafhankelijke tentoonstellingsruimtes geopend als 105 Besme, Eugene, De La Charge, Middlemarch en A.VE.NU.DE.JET.TE – INSTITUT DE CARTON. Ook bij de galeries verandert er veel. Office Baroque Gallery verhuist van Antwerpen naar Brussel (net als de belangenvereniging NICC overigens) en de Parijse Galerie Michel Rein opende recent een vestiging in Brussel, enkele jaren nadat Barbara Gladstone er al een vestiging opende. Er eindigt ook wel eens iets. Galerie VidalCuglietta bijvoorbeeld, die het er na drie jaar voor gezien houdt, net als Tulips & Roses.

Opvallend is ook de semi-officiële ‘institutionalisering’ van de particuliere sector in het Brusselse kunstwezen, met omvangrijke privé-initiatieven zoals Fondation A Stichting die zich op het (fotografische) beeld richt, Maison Particulière dat in een privéhuis wisselende kunstopstellingen voor iedereen toegankelijk wil maken en CAB Art Center dat tentoonstellingen organiseert en een residentieplek heeft. Eerder berichtte Metropolis M al over Loge, het particulier gesponsorde non-profit kunstinitiatief.

Het levert een beeld op van een snel uitdijende kunstscene waarvan het moeilijk inschatten is wat het gaat betekenen voor de kunstenaars in de stad en het lokale kunstklimaat in algemene zin. De meeste bezoekers van Brussel doen nog voornamelijk de geijkte instellingen aan of beperken zich eenvoudigweg tot de Dansaert-buurt. Geografische spreiding en lastige openingstijden bemoeilijken de toegankelijkheid van het particuliere initiatief, dat zich daarmee meer tot de lokale dan de internationale kunstwereld lijkt te willen verhouden.

Meest interessant aan de institutionele vernieuwing zijn de alternatieve werkvormen waarmee wordt geëxperimenteerd; mengvormen tussen privé en publiek waarbij inkomsten uit heel verschillende bronnen komen. Opvallend is daarbij het grote aantal initiatieven dat gericht is op de ondersteuning van de productie van nieuw werk. Zo ook bij de voorheen Nederlandse galerie Motive Gallery die een grote omwenteling voorbereidt: de galerie verandert binnenkort in een instituut. Hun laatste tentoonstelling als Motive Gallery opende op 7 november.

Waar A.VE.NU.DE.JET.TE – INSTITUT DECARTON van de kunstenaar Henri Jacobs het woord ‘institut’ gebruikt met een knipoog (een kartonnen instituut is immers zoiets als een lemen paleis of een kasteel van peperkoek), daar zijn Chris Bestebreurtje en Petra Kuipers van Motive bloedserieus. Ze hebben het woord zorgvuldig gekozen, als synoniem voor een genootschap. In het nieuwe instituut zullen diverse functies samenkomen, zoals een platform voor beeldende kunst, een productiehuis en een plek voor ontmoeting en discussie.

Centraal in hun nieuwe instituut staan de privécollecties die ze de afgelopen jaren via de galerie hebben leren kennen; collecties die voor een groot deel onzichtbaar zijn gebleven voor curatoren en daarmee voor het publiek. Door samen te werken met deze groep internationale verzamelaars zullen de collecties publiek toegankelijk worden, waarbij speciale aandacht uitgaat naar curatoren, schrijvers en denkers.

Een tweede aspect van de plannen van Bestebreurtje en Kuipers is het bieden van vroege ondersteuning aan kunstenaars bij de ontwikkeling van nieuw werk. Al in een voorstadium wordt nieuw te maken werk aan een of meerdere collecties toegevoegd zodat er vanaf het begin budget is om de plannen te realiseren. Het nieuwe instituut zal ook residenties aanbieden. Brussel is volgens Bestebreurtje en Kuipers ook voor deze werkvorm de juiste plek, vanwege de snelle ontwikkeling van de stad en het enthousiasme en de openheid waarmee die ontwikkelingen wordt ontvangen. Ze typeren Brussel als een internationale, hybride gemeenschap waar ruimte is voor diversiteit en experiment.