Over het werk van Cindy Moorman

September 30th, 2011 – .
Published in Mister Motley #29.

Fragment uit de video de ander, 2004, van Cindy Moorman:

(Geluid van het deksel van een theepot die wordt op- getild en teruggezet.)
‘Ja, het ligt aan die personen zelf hoe ze zijn hè. Als zij zich gewoon zich uh aanpassen. Ik noem maar wat, als ze stug en amper gedag zeg- gen. Ja dan dan zullen ze ook niet vaak gedag terugzeggen uh krijgen of zo.’
‘Nee, ze hebben zich maar aan te passen of niet dan? Anders moeten ze maar oprotten.’
(Lachende vrouwenstemmen.)

‘De gemeenschap waar ik vandaan kom is een hechte dorpsgemeenschap waar aanpassen aan de ongeschreven regels en waarden hoog in het vaandel staat. Vooropstaat meegaan met hoe het is en hoe het hoort te zijn. Dat is iets wat ik lastig vond, omdat dat weinig ruimte voor jezelf overlaat. Niet opvallen was goed,’ vertelt Cindy Moorman me in de e-mailconversatie over de plek waar ze opgroeide.

Met deze woorden beschrijft de Nederlandse kunstenaar Cindy Moorman (1976, Arnhem) de autobiografische wortels van haar werk. Het werk van Moorman gaat over de spanning tus- sen behoren en losstaan, tussen opgaan en loslaten. Ze onderzoekt mensen, groepen en de verhoudingen daartussen. Het opgroeien in een hechte gemeenschap waar ze zich niet helemaal op haar plek voelde heeft haar werk gevormd. Moorman woont nu in een woongemeenschap in Amsterdam. Een meer toepasselijke metafoor voor haar werk, haar fascinaties en drijfveren is haast ondenkbaar.

Moorman zoekt naar structuren om situaties beter te begrijpen. Zo leidde haar fascinatie voor het loskomen uit een groep tot een uitgebreide zoektocht naar verschillende manieren om ‘los te komen’. In haar werkruimte hangen knipsels, fotokopieën, tekeningen van mensen die letter- lijk losraken. Iemand wordt op een schild gehesen, een andere man wordt gejonast, er staat een heerser eenzaam op een hoge sokkel. Ze stijgen allemaal met hun lichaam boven de groep uit. Na het verzamelen gaat Moorman de beelden bewerken, abstracter maken. Ze haalt dingen weg uit foto’s door erop te tekenen of door ze te hertekenen. Zo worden fundamentele structuren steeds zichtbaarder. Het is alsof ze de ruis en de rommel wegkrast tot er een essentie overblijft van, bijvoorbeeld, loskomen. In dat proces van abstraheren en tot de essentie van een structuur komen, verzamelt en tekent Moorman niet alleen, ze leest alles over het onderwerp dat er te vinden is en gaat bijvoorbeeld te rade bij psychologen, sociologen of filosofen. De structuur wordt daarmee steeds helderder en de fascinatie wordt afgebakend: dit is het wel en dit is het niet.

Een uitgepuurde structuur kan vorm krijgen in een bewerkte foto, een tekening of een performance. Moorman doet voor haar werk soms welhaast etnografisch onderzoek naar gemeenschappen en hun rituelen. Tijdens paasdagen verbleef ze in het besloten rooms-katholieke dorp Ootmarsum. ‘Ik wilde meegaan in de hele reeks van tradities, de reeks van rituelen die moeten worden uitgevoerd onder begeleiding van de Poaskearls, de paascommisie van acht ongehuwde jongemannen. Zo wordt er bijvoorbeeld hout gehaald in een bos verderop, loopt het hele dorp hand in hand door het dorp en lopen de mannen van het dorp in de vroegte al zingend rondes rond de kerk.’

En van het een komt het ander: Moorman begon met het fotograferen van clubgebouwen en gemeenschapshuizen door het hele land. ‘Een gebouw betekent zoveel. Een gebouw is een filter, een eiland. Binnen ben je er een expliciete groep, die zich tijdelijk geborgen voelt. Ze zijn hecht binnen; daarna verspreiden ze zich buiten weer.’ Zie het als een metafoor voor hoe een groep functioneert.

Nadat Moorman een gebouw van getuigen van Jehova in Amsterdam had gefotografeerd, wilde ze weten hoe Jehova’s praten over betekenis. ‘Ik bezocht een tijd lang wekelijks hun bijeenkomsten en bijbelstudies. In goed overleg mocht ik geluidsopnamen maken. Ik was gefascineerd door hun toespraken en metaforen. Aan het eind was er vertrouwen en kon ik hen interviewen.’ En steeds is er aan het einde bij haar opluchting dat het voorbij is, maar ook teleurstelling dat een groep dan uit elkaar valt.

Performances spelen in het werk van Moorman een belangrijke rol; daarin vergroot ze de aspec- ten van haar werk uit om de essentie zichtbaar en ervaarbaar te maken. De performance tijdelijk verdwijnen uit 2010, bijvoorbeeld, bestaat uit een koor dat in een kleine ruimte acht minuten lang hetzelfde akkoord aanhoudt terwijl ze in een groepsomhelzing met hun collectieve rug naar het publiek toe staan. In- en uitsluiting, twee basismechanismes van groepen en gemeenschappen, worden hierdoor acuut voelbaar voor het publiek.

In overgave_01 uit 2007 worden koor en publiek tijdelijk in een kleine ruimte opgesloten. De zangers van het koor staan tussen de bezoekers in en zingen gedurende acht minuten de laatste vijf woorden van een liedje: ‘Dat onze eenheid zichtbaar wordt’. Sommige bezoekers vonden het bevrijdend op te gaan in een groter geheel en konden zichzelf daardoor even vergeten, an- dere vonden het te veel, te intens, te dichtbij. Opgaan in een groep vraagt, zoals de titel van de performance aangeeft, overgave en inspanning. Niet iedereen kan of wil die inspanning leveren.

Een van de beelden van Moorman die me het afgelopen jaar sterk zijn bijgebleven, is een bewerkte foto waarop een groepje mensen in een nette en strakke cirkel staat. Moorman heeft hen allemaal onthoofd (een castratie van de individualiteit) en nu rust er een platte, blauwe schijf op hun schouders die ze als groep moeten torsen. Het gebaar is even bruut als liefdevol: die hulpeloze lichamen die braaf naast elkaar staan en samen één ‘hoofd’ delen dat meteen ook een plateau is waarop ze iemand kunnen optillen.