Informele economie – een beknopt overzicht

October 15th, 2011 – , .
Published in Metropolis M # 4 (2011).

In de kunstwereld is veel aandacht voor informele economieën. Nadat Witte de With deze zomer al The End of Money presenteerde en in Stroom een dependance van Time/Bank van e-flux is gevestigd, opent SMBA de tentoonstelling Informality, met een selectie internationale kunstenaars die het thema van verschillende kanten belichten. Een beknopte verkenning van het onderwerp.

Smokkel en zwarte markt

De informele economie omvat alle vormen van werk en economische activiteit die niet geregistreerd zijn en die zich onttrekken aan toezicht van de overheid (er wordt bijvoorbeeld geen belasting over transacties betaald). De informele economie is omvangrijk en maakt in bepaalde landen (met name Sub-Sahara Afrika) tot wel 90% van de economie uit. In Nederland is door het vele toezicht de informele economie aanzienlijk kleiner maar nog steeds substantieel. Informele economieën zijn vaak uit noodzaak geboren. Omdat de staat corrupt is, het geld niets (meer) waard is door extreme inflatie of omdat de bureaucratie van zo’n niveau is dat je er via officiële weg niet doorheen komt. Maar er wordt ook vrijwillig, of als politieke daad, informeel gehandeld, als tegengif voor het kapitalisme of als verzet tegen onderdrukkende regimes. En natuurlijk is het soms ook gewoon makkelijker om iets via informele weg te doen. De meest gebruikte voorbeelden van informele economie zijn smokkel en de zwarte markt. Hoewel we deze fenomenen meestal met onderdrukking en uitbuiting van de gesmokkelden (vrouwen, arbeiders, immigranten, illegalen, dieren) en diegenen die werkzaam zijn in het zwarte circuit associëren, is het soms ook een redding, de enige manier om aan eten, werk, geld of ongecensureerde informatie te komen.

Gift

De interesse van de kunstwereld voor informele economieën is niet nieuw. Het Situationisme en Relational Aesthetics zijn bijvoorbeeld sterk beïnvloed door ‘The Gift’ (1924) van de Franse socioloog Marcel Mauss. ‘The Gift’ wordt steevast aangehaald wanneer informele economieën worden besproken. Mauss analyseert de geefcultuur van verschillende stammen en primitieve samenlevingen en ontdoet ons van het naïeve idee dat er zoiets bestaat als onbaatzuchtig geven of ruilen. Mauss beschrijft hoe geven impliciet een tegenprestatie behelst, hoe we altijd iets terug verwachten, hopen dat mensen beter van ons zullen denken, hoe we onze status hopen te verbeteren, willen tonen dat we rijk zijn of eenvoudigweg in Gods goede gratie willen vallen. Ondanks deze ontmaskering van de gift geloofde Mauss dat geven, ruilen, delen het sociale weefsel waren waarop samenlevingen zich organiseerden en orde bewaard bleef.

Mauss wijkt in zijn analyse van de gift in zekere zin af van Karl Marx die geloofde dat in een communistische wereld iedereen zou geven wat hij kon en krijgen (nemen) wat hij nodig had. Rijkdom, privé bezit en de accumulatie van goederen waren daarom in een communistische wereld niet mogelijk. Toch worden Mauss en Marx vaak in tandem opgeroepen omdat ze alle twee ageerden tegen het kapitalisme. Mauss betreurde dat het kapitalisme de geefcultuur deels kapot had gemaakt. Het hechte systeem van direct geven, hand om hand ruilen en persoonlijke dienst en wederdienst is in het kapitalisme vervangen door een systeem van productie en consumptie waarbij de maker en koper elkaar niet meer ontmoeten. Sporen van een geefcultuur en wederkerigheid vindt Mauss nog wel in de kunsten of bijvoorbeeld in het systeem van sociale zekerheid. Hij pleit dat we, net als oude samenlevingen, weer de vreugde terugvinden van het publieke geven, het plezier van genereuze giften aan de kunst en van hospitaliteit. Een beter moment om Mauss te herlezen is er bijna niet.

Potlach

Kunstenaars omarmden vooral het idee van de potlatch (met Rirkrit Tiravanija als meest voor de hand liggende voorbeeld) dat Mauss uitgebreid behandelde maar deden dat met aanzienlijk meer positiviteit dan hij. Kunstenaars focusten op de potlatch als een verbroederend en genereus ritueel waarbij rivaliserende stammen samen aten en elkaar cadeaus gaven (vrouwen en slaven bijvoorbeeld). Maar de potlatch was een zeer competitief en vaak wreed gebeuren waarbij de rivaliserende stam ertoe verplicht werd om het aangeboden festijn (inclusief slachten en vermoorden) de volgende keer dubbel en dik over te doen. Tit for tat.

Barter

Ruilhandel of barter is een andere component van de informele economie waar ook kunstenaars vaak gebruik van maken. Zo zijn er bijvoorbeeld ruilsystemen specifiek gericht op de kunstwereld. Het Belgische Truc Troc fasciliteert al jaren ruilen met kunstenaars. Op de website worden succesvolle deals gepubliceerd. Meest recent? Een schilderij van Eric Adam tegen een week in een penthouse in Knokke. Behalve dat het praktisch is, kan ruilen ook de inzet zijn van kunstprojecten, als een manier om bijvoorbeeld persoonlijke verhalen en objecten te verzamelen. Matthijs de Bruine en José Antonio Vega Macotela, beiden deze zomer te zien in ‘Informality’, verzamelden persoonlijke verhalen, objecten en kunstwerken in ruil voor respectievelijk een geluidscd en een wederdienst. Ben Kinmont, recent bij Kunstverein te zien, waste voor je af in ruil voor je verhaal. En dat is maar een fractie van de vele manieren waarop ruilen wordt gebruikt door kunstenaars. Buiten de kunstwereld ruilen we simpelweg ‘onderons’ of doen we dat georganiseerd via de wereldwijde LETS (Local Exchange Trade System) ruilkringen.

Autarkie

Atelier van Lieshout stichtte in 2001 zijn eigen staat: AVL – Ville. De gemeenschap was zelfvoorzienend, had een eigen grondwet en er was zelfs eigen geld in de maak. Na negen maanden riep de gemeente Rotterdam het project een halt toe. AVL – Ville was autarkisch, zelfvoorzienend en regelde de zaakjes buiten de staat of andere formele structuren om. Autarkie is het streven om, al dan niet in economische zin, zo min mogelijk afhankelijk te zijn van anderen. De grens tussen legaal en illegaal is vaak erg dun in het informele circuit. Zo is het autarkische Sea Land, een mininatie op een marineplatform in de zee, de plek bij uitstek waarlangs illegale activiteiten (belastingontduiking, louche online praktijken) kunnen worden gekanaliseerd.

Druk je eigen geld

Zelfredzaamheid en het verkleinen van de afhankelijkheid van een wankel economisch systeem kan ook door alternatieve of complementaire valuta te introduceren. In Nederland zijn er alternatieve valuta zoals de Gelre, de Qoin of de niet langer actieve Bijlmer Euro. Internationaal heb je bijvoorbeeld de Bitcoin die uit de opensource community voortkomt. En de kunstwereld heeft dus sinds kort een eigen Time/Bank (zie ook Metropolis M, no 1 van 2011) waarbij tijd als valuta wordt gebruikt. Kunstenaars als Dadara met zijn Exchanghibition Bank of WolfRam met zijn No-Euro-Bank project parodiëren onze ideeën van waarde en geld. De aandacht voor deze alternatieven neemt toe naarmate het heersende monetaire systeem verder onder druk komt te staan. Het NRC publiceerde bijvoorbeeld op 5 mei een analyse van de voordelen van alternatieve munteenheden (minder uitbuiting, gelijkwaardiger, schoner, …) zoals de Amerikaanse BerkShares en Ithaca Hours. Zelf je eigen valuta introduceren is uiteraard niet nieuw. Tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) zouden meer dan 7000 valuta in omloop zijn geweest: van de kapper en bakker tot bedrijven en overheden, iedereen had zijn eigen waardesysteem bij gebrek aan een betrouwbare nationale munt.

Online

Het Internet heeft zelfredzaamheid en informaliteit een enorme boost gegeven. Online gemeenschappen hebben veel formele functies overgenomen. Via user forums zoeken steeds meer mensen naar antwoorden op hun vragen en leunen daarmee op gebruikers eerder dan op officiële instanties. Als de warmteketel hier thuis aangeeft dat er een ionisatiestoring is, zoek ik op wat dat is en hoe anderen het hebben opgelost. Na 10 minuten blijkt dat ons type ketel gevoelig is voor hoe de stekker in het stopcontact zit. Even de stekker omdraaien en we hebben weer warm water. Gratis, snel, zonder de vertragende lagen van de bureaucratie en het formele circuit. Richard Barbrook, ‘criticus van de neo-liberale cyber-elite’, ziet echter meer mogelijkheden voor het internet dan dit voorbeeld dat zich afspeelt op het niveau van consumenten en gebruikers. Hij beschouwt het internet als een platform voor een waarachtige geefeconomie, als de plek waar het nooit gerealiseerde ideaal van het Anarcho-Communisme (de afschaffing van staat, markt, geld, privébezit en kapitalisme) zich kan voltrekken.