Nieuwe Nieuwe Alchemie

July 6th, 2014 – , , .
Published in Metropolis M, No. 2, 2014.

Lady Gaga ligt in witte kleren op een houten vloer en zingt monotoon ‘heeeeeeeeeeh’. Ze staat in een overall in een rivier met twee gele toeters op haar ogen. Ze zit rug aan rug met Marina Abramović op een hoge stoel in dezelfde rivier. De natuur om hen heen is prachtig, sereen. Ze rent naakt door die natuur met ooglappen op en buigt haar magere, getatoeëerde lijf voorover om een stok vast te houden in een bos. In een kamer van glas en hout omhelst ze een gigantisch kristal, gaat er op zitten. Het laatste beeld is van haar gezicht, omgeven door kleinere witte kristallen. Ze opent haar ogen en kijkt ons aan.

De video1 is promotie, bedoeld om geld te werven voor het Abramović Institute for Art, Science, Technology, and Spirituality. Het geld is intussen binnen, het centrum wordt gebouwd. Abramović’ initiatief om kunst en spiritualiteit bij elkaar te brengen in een instituut staat niet op zichzelf. Er is ook het in 2009 opgerichte Institute for Art, Religion and Social Justice dat deel is van de Union Theological Seminary, waar AA Bronson en Kathryn Reklis, via opdrachten en ondersteuning van kunstprojecten, de relatie tussen kunst en religie bestuderen.

In lijn met de kunst van AA Bronson melden zich steeds meer kunstenaars met een praktijk waarbij aan healing wordt gedaan, yoga op schilderijen wordt bedreven, brandjes worden gestookt, vreemde potjes gekookt, oude rituelen heropgevoerd, heilzame thee geschonken, terug naar de natuur gekeerd en het spirituele omarmd. Afgelopen weken alleen al kon je een theeceremonie bijwonen in een Amsterdams kunstsalon, je in Marres laten verwennen tegen een winterdepressie en bood Witte de With bij zijn heropening na verbouwing de heilzame brouwsels Wijsheid en Volharding van Atelier van Lieshout aan. Vanwaar dit therapeutisch offensief, dat bij alle vrolijkheid eromheen bloedserieus bedoeld lijkt?

In tentoonstellingsteksten, catalogi en persberichten wordt over dit soort werk gesproken in termen van ‘nieuwe alchemie’.2 Misschien is het beter te spreken van ‘nieuwe nieuwe alchemie’, omdat er in de jaren zestig al eerder een revival was. Ook General Idea speelde al decennia geleden met het begrip.3 Het gaat nu, net als toen, om een alchemistische gevoeligheid bij een generatie kunstenaars die de transformatie van het kunstobject in iets anders centraal stelt (Falke Pisano spreekt bijvoorbeeld over ‘alchemistische magie’ als ze het heeft over de omzetting van een sculptuur in een gesprek).

Kunst wordt gezien als iets organisch, efemeers, precairs, waarbij materialen worden opgeladen met aura en spirituele energie, en dienen als medium in oude rituelen, seances en sjamanistische praktijken. De ziel en het geestelijke worden belangrijker geacht dan het tastbare en materiële.

Ik ga in gesprek met vier kunstenaars wiens werk al dan niet terecht wordt gezien als een belangrijke representant van de nieuwe nieuwe alchemie: de Belgische Michèle Matyn, de Franse Lili Reynaud-Dewar, de Nederlandse Jasper Griepink en de Britse Roger Hiorns. Maar eerst even kort wat alchemie ook alweer was.

Alchemie is een in de Griekse oudheid ontwikkelde magische, esoterische filosofie waarin het materiële en spirituele onscheidbaar zijn. De transmutatie van de materie is een centraal begrip, waarbij het eeuwenlange streven naar het omzetten van gewone materie in goud als hoogste ideaal geldt. Transmutatie is een complex en holistisch proces aan de basis waarvan het scheiden (door vuur) en dan weer bij elkaar brengen van elementen ligt. De stand van de sterren en de reinheid van de ziel bepalen naar de stellige overtuiging van de alchemist mede hoe de transmutatie verloopt.

Financieel gewin is niet wat de alchemisten voor ogen staat, maar het veredelen van onedele metalen, en daarmee het veredelen van de wereld. Gestreefd wordt naar het herstellen van de originele, initiële gezondheid van de natuur. De ambitie koper tot goud om te smeden was in die zin vooral een symbolisch herstel van de wereld. Geen hebzucht maar healing.

Alchemie beleefde zijn hoogtepunt tijdens de Renaissance en de Barok. Alchemisten waren toen kind aan huis bij de Koninklijke hoven, werden beschermd door pauzen en omarmd door hervormers. De esoterische wetenschap paste goed bij de tijdsgeest en het intellectuele klimaat van die periode: de nieuwsgierigheid, de avontuurlijkheid, een neiging te geloven in het bovennatuurlijke en in de Magia Naturalis, een begeesterde natuur.

Daarbij wordt vaak vergeten dat de alchemie de basis vormt van onze hedendaagse wetenschap. Het is een protowetenschap waar belangrijke denkers zoals onze eigen Herman Boerhaave of de beroemde fysicus Isaac Newton zich uitgebreid mee bezighielden. Pas in het Europa van de achttiende eeuw raakte alchemie in diskrediet; het conflicteerde met de rationele en kritische filosofie van de Verlichting, en moderne chemie kreeg het overwicht. Sindsdien leeft alchemie voort onder esoterische groeperingen in de marges van de moderne cultuur, en stak pas weer serieuzer de kop op tijdens de postmoderne, antiwetenschappelijke trend van New Age, kristallen, steengenezing, Enya en rustgevende CD’s met natuurgeluiden.

Gouden Beuys

Terwijl alchemie in ballingschap verbleef, er geen universiteit was waar je het vak nog kon leren en degenen die het nog bedreven scheef werden aangekeken, bleef een aantal kunstenaars in de twintigste eeuw de alchemie trouw. Haar grootste en meest invloedrijke vertegenwoordiger was ongetwijfeld Joseph Beuys, die als een hedendaagse magiër gehuld in vilt de wereld over trok, om de boodschap van de transmutatie breeduit te venten in kunst, performances en lange referaten waarin hij in complexe diagrammen de omzetting van materie naar energie en vice versa probeerde uit te leggen.

Memorabel zijn de beelden van de met bladgoud geschminkte Beuys, zijn soms ruimtevullende objecten waarin stenen energiedragers zijn, of de indrukwekkende uit enorme koperen platen opgebouwde installatie, die als een krachtcentrale het Museum Boijmans Van Beuningen met spirituele energie zou vullen. In zijn kielzog volgde Sigmar Polke, die zich diepgaand en grondig met alchemie heeft beziggehouden, en ook zelf volop heeft geëxperimenteerd met allerlei giftige verven, arseniek en meteorietenstof. Zijn werk zit vol verwijzingen naar Beuys en de mythische Grieks-Egyptische figuur Hermes Trismegistus die rond 250 A.D. de vijftien kerndocumenten van de alchemie, bekend als het Corpus Hermeticum, zou hebben opgetekend.((Zie voor een uitgebreide analyse van Polke als alchemist Jörg Heiser, Cosmic Rays in Frieze, Issue 110, Oktober 2007.))

Er was in de jaren tachtig en negentig, de glorietijd van Polke, sowieso veel interesse voor deze sub- of supramateriële werkelijkheid van de alchemie. Anselm Kiefer verwijst in het werk Nigredo uit 1984 bijvoorbeeld naar de eerste stap in het alchemistisch proces waarbij het materiaal door verbranding zwart wordt totdat er een gloeiend licht verschijnt. De link met alchemie was bij Polke en Kiefer nog vrij concreet aanwijsbaar, en in het geval van Beuys zelfs programmatisch.

Het veld van de nieuwe nieuwe alchemie is in vergelijking daarmee toch wat diffuser; het gaat meer om een algemene spirituele ‘gevoeligheid’, met bijpassende hang naar rituelen.4 Tezelfdertijd wordt het daardoor interessant te wegen wat er nu feitelijk gebeurt.

Holistisch wereldbeeld

De kloof tussen de moderne wetenschap en de bezielde alchemie bestaat uit een aantal cruciale verschillen die ons kunnen helpen om het werk (of de taak) van de nieuwe alchemisten te duiden. Anders dan de moderne wetenschap is de alchemie niet falsifieerbaar omdat, conform het holistisch wereldbeeld, uit wordt gegaan van een oneindige keten van materiële en spirituele elementen die allemaal tot elkaar in verhouding staan. Ook de kunstenaar Jasper Griepink werkt vanuit een uitgesproken holistisch wereldbeeld: ‘De relatie tussen het innerlijke en het externe staat zowel in de alchemie als in mijn werk centraal. Er zit een magisch verband tussen onze gedachtes, intenties en gevoelens en de wereld waarin we leven. Wij zijn geen neutrale buitenstaanders maar zijn juist altijd op intieme, complexe en zelfs sensuele wijze verbonden met het ontstaan en voortbestaan van alle werkelijkheden.’

Alchemisten zijn altijd bezig fysica te verbinden met metafysica door middel van al dan niet magische codes en diagrammen. Voor de alchemist zijn ziel en geest onderdeel van het transmutatieproces en als zodanig onderdeel van een groter geheel. Elke proef is uniek en onherhaalbaar.

Kunstenaar Lili Reynaud-Dewar zegt het zo: ‘Ondanks het feit dat mijn werk niet specifiek betrekking heeft op de alchemie organiseert het zeker de transmutatie van bepaalde dingen en is het delicaat mengen van tegenstrijdige elementen vaak onderdeel daarvan. Deze elementen kunnen autobiografische gegevens zijn maar ook een opeenstapeling van geschiedenissen die geen betrekking hebben op mijn eigen achtergrond of leven, en die er zelfs op gespannen voet mee kunnen staan. De alchemie ligt in mijn pogingen om deze dingen bij elkaar te brengen.’

De kunstenaar is zelf ‘het materiaal’ waarmee hij werkt. Michèle Matyn, die in 2009 bij 1646 exposeerde: ‘Het lijkt alsof ons lichaam en onze geest veel meer wijsheid bezitten dan we in onze dagelijkse realiteit gebruiken. We weten dingen die te gênant of te hocus pocus zijn/worden gevonden om over te praten. Het is kennis die dreigt verloren te gaan. Als kunstenaar giet je deze kennis en ervaringen in een vorm, materialiseer je deze in een ritme, in een sequentie van handelingen, werk je met cijfers, met tijd, met natuurelementen, en kan je deze omzetten in een beeldtaal. Je doet dit zodanig dat je de bezieldheid van dingen leesbaar kan maken voor anderen.’

Alchemie is niet alleen een oude vorm van wetenschap, zij is van oudsher verbonden met geneeskunde (de eerste geneesmiddelen waren alchemistisch van aard). Juist dit therapeutisch motief weerklinkt in veel hedendaagse alchemistisch geïnspireerde kunst. Griepink, die zijn werk beschrijft als ‘therapeutisch, emanciperend en lubricerend’, maakt bewust gebruik van elementen uit de toverkunst, alchemie en het sjamanisme omdat hij hier persoonlijke affiniteit en ervaring mee heeft en omdat hij net als alchemisten gelooft in de samenhang tussen innerlijk en uiterlijk healen: ‘Ik geloof dat het beklimmen van je innerlijke bergen de buitenwereld transformeert.’

Angst voor stigmatisering

Kunsthistoricus en criticus James Elkins beschrijft het gebruik van alchemie, door zowel kunstenaars als curatoren en critici, als een vorm van mystificatie, het bewust verhullen in obscuriteit.5

Kunstenaar Roger Hiorns zou het allicht met hem eens zijn. Hoewel zijn werk in alchemistische termen wordt omschreven als ‘een onderzoek naar alchemistische transformaties van ideeën, acties en materialen’,6 schrijft hij in reactie op mijn vragen hierover: ‘Ik spreek nooit in termen van alchemie, en grijp nooit terug naar spiritualiteit. Ik ben daarvoor te veel een essentialistisch. Ik neem aanstoot aan mensen die deze taal gebruiken omdat de taal elitair en separatistisch is en het eenvoudigweg een luie manier is om de wereld te interpreteren. Het is een teken van westerse zelfgenoegzaamheid die voortkomt uit een gebrek aan betekenisgeving en een gebrek aan redenen om te creëren. Het spirituele en religieuze zijn geen onderdeel van de afwegingen die ik maak. Het enige wat ik doe is materialen in een bepaalde volgorde plaatsen. Ik verplaats de stoffen en de oppervlakten van de wereld en verander daardoor de werkelijkheid een beetje.’

Noem het een vorm van materiële alchemie zonder de spirituele, holistische kant. Ook Reynaud-Dewar is bang voor stigmatisering: ‘Ik geef toe dat ik soms bang ben dat alchemie de vragen die mijn werk stelt over ras en gender depolitiseert. Ik behandel sociale en historische vragen terwijl ik schijnbaar iets anders doe, iets wat meer decoratief en onderhoudend is dan politiek. Dit is mijn Paard van Troje. Dus misschien is de alchemistische “look” in mijn geval bedrieglijk.’

Hiorns heeft gelijk als hij stelt dat we door de hang naar een kennissysteem uit het verleden de toegang tot het heden kunnen verliezen. Koppel dit aan de angst voor stigmatisering van Reynaud-Dewar en we vatten het probleem van de nieuwe nieuwe alchemie bij de kraag: waar ligt de grens tussen mythe en quasimythe, tussen betovering en pseudobetovering? Is onze seculiere hang naar het hogere niets anders dan het zoveelste ietsisme, is het inderdaad een gebrek aan betekenisgeving, een niet weten waarom nog te maken, te doen, te zijn die ons het occulte induwt?

Toch voel je bij sommige performances of projecten de ernst van de zaak, een serieuze betrokkenheid bij het leven als een completer mens, de emancipatie van andersdenkenden die de jas van de rationele, winstgedreven zakelijkheid niet past. Maar er zijn natuurlijk ook momenten dat alchemie een modewoord wordt, dat healen tot grap en grol verzakt of dat de handelingen enkel nog dat zijn: handelingen.

Een humoristisch animisme

De nieuwe nieuwe alchemie ontwikkelt zich in de context van een rationele wereld waaruit het mythische is verbannen. Zij kan worden opgevat als een commentaar op de almacht van de reguliere wetenschap. Griepink: ‘Ik zie een relatie tussen het bedrijven van alchemie en bijvoorbeeld het beoefenen van yoga: het lichaam en/of de hersenen word(en) op een bepaalde manier geactiveerd waardoor de geest meer vrijheid heeft.’

We verzetten ons tegen het dictaat van de technologie, van de – om met de Duitse socioloog Max Weber te spreken – onttoverde mens die nu enkel nog als biologisch wezen wordt begrepen, tegen het beeld van de wereld als machine waar geen geest meer aan te pas komt. Alternatieve processen worden omarmd om de vermeende universaliteit van de wetenschap ter discussie te stellen.

Matyn: ‘Kunst is een manier van voorbijgaan aan een te zwart-witte, evidente, zielloze, materiële/rationele ervaring van deze wereld. Kunst is een manier van kijken en denken die toelaat dat dingen een eigen logica hebben, een eigen bestaansrecht, een eigen lelijkheid en humor, maar wel een bijzondere kracht.’ Is het dan allemaal een reactie op de onttovering van onze wereld? Het lijkt er wel op, en al zijn er voorbeelden van nieuwe alchemie die in het verleden blijven hangen of depolitiserend werken, de beste toepassingen bewerkstelligen een emancipatie van de begeesterde mens ten opzichte van een rationeel wereldbeeld. Met de alchemie – de grote begeesteraar par excellence – wordt er een welkom tegenwicht geboden aan het doorgeschoten materialisme in de samenleving en de hedendaagse kunst.

  1. De video staat online op: http://vimeo.com/71919803 
  2. Zie de tentoonstellingscatalogus Neue Alchemie. Kunst der Gegenwart nach Beuys, LWL-Landesmuseum für Kunst und Kulturgeschichte, 2010-2011. 
  3. Zie de tentoonstelling New Alchemy, Elements, Systems, Forces, in de Art Gallery of Ontario in 1969. General Idea deed de performance Air, Earth, Fire, Water Mantra and a Mirror Sequence. 
  4. Er zijn natuurlijk ook tentoonstellingen en projecten met concrete historische referenties naar de alchemie: de Kunsthal Rotterdam brengt in september 2014 bijvoorbeeld de rondreizende Rudolf Steiner tentoonstelling: Alchemy of the Everyday, het Museum Kunstpalast brengt een groots overzicht Art and Alchemy – The Mystery of Transformation tijdens de Quadriennale Dusseldorf en Mark Dion en Robert Williams weidden in 2010 de tentoonstelling An Ordinall of Alchimy aan de alchemistische transmutatie en een aantal van diens basisprocessen zoals distilleren, scheiden, opnieuw samenbrengen, fixeren. 
  5. James Elkins, Four Ways of Measuring the DistanceBetween Alchemy and Contemporary Art. In HYLE–International Journal for Philosophy of Chemistry, Vol. 9, No.1 (2003), pp. 105-118. Online beschikbaar via: http://www.hyle.org/journal/issues/9-1/elkins.htm 
  6. Zie: http://www.annetgelink.com/artists/26-Roger-Hiorns/works/other-works/13226/